Waterbeheer in Vlaanderen: omgaan met droogte en overstromingen
Water kreeg de bijnaam ‘het blauwe goud’ door zijn stijgende waarde én schaarste. Hoe zeker is onze toegang tot water in de toekomst? In gesprek met milieuhistoricus Tim Soens (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Departement Geschiedenis) en bioloog Patrick Meire (Faculteit Wetenschappen, Departement Biologie) schetsen we de impact van klimaatverandering op waterbeheer: vaker extreme regen, langere periodes van droogte of een grillige mix van beide? Hoe goed is Vlaanderen voorbereid op wat komt? Moet onze huidige landbouw op de schop? En blijft drinkwatervoorziening in 2050 nog gegarandeerd? Een blik op het verleden en de toekomst, met als kernvraag: hoe beschermen we ons tegen én met water?
In het kort
- Overstromingen en droogtes zijn niet nieuw, maar ze worden extremer en zullen vaker voorkomen.
- We moeten dringend onze uitstoot verminderen, ons landschap radicaal aanpassen aan die extremen en meer ruimte bieden aan water– door een betere infiltratie, een goede berging en een goede afvoer.
- De manier waarop we als samenleving grote rampen kunnen bufferen of vermijden wordt belangrijk voor onze welvaart.
- Vlaanderen investeert nog te weinig in onderzoek naar natuurgebaseerde oplossingen voor waterbeheer. Nochtans zijn zulke investeringen in klimaatonderzoek even belangrijk als die in informatica en biotechnologie.
- Waterafhankelijke landbouw op basis van uitgeput fossiel grondwater, kan wereldwijd tot armoede en migratiestromen leiden.
Meer extremen: droogte & overstromingen nemen toe
“De extreme regenval en overstromingen in Centraal-Europa in het najaar van 2024 passen volledig in de voorspellingen van de klimaatverandering”, steekt bioloog Patrick Meire van wal. “We zien grotere extremen: erg hete zomers wisselen af met intense regen.”
“Ter vergelijking: in juli 2021 werd België getroffen door één van de grootste overstromingen van de afgelopen 100 jaar. Vooral in de Vesdervallei hield de ‘waterbom’ hevig huis. Er viel toen 270 liter per vierkante meter in 48 uur. Dat herhaalde zich amper drie jaar later op een grotere schaal in Midden-Europa, met maar liefst 400 liter water per vierkante meter in enkele dagen.”
“Overstromingen en droogte zijn niet nieuw”, vult milieuhistoricus Tim Soens aan, “maar we zien wel dat ze extremer én intenser worden. “We zullen ermee moeten leren leven.”
Ruimte voor water als sleutel tot waterbeheer
Zijn we gewapend tegen die extremen? “Neen”, zijn beide experts het eens. “De enorme schade in Centraal-Europa na de doortocht van cycloon Boris toont dat we niet voorbereid genoeg zijn.”
Wat moet er dan gebeuren?
“Allereerst moeten we onze emissies reduceren”, meent Meire. “‘Mitigatie’ om verdere klimaatverandering tegen te gaan. De opwarming tot 1,5 graad beperken is helaas al niet meer mogelijk. Daarnaast moeten we ons aanpassen aan die extremen. We moeten onze infrastructuur aanpassen om dat soort extremen aan te kunnen - niet alleen de dijken en dammen, maar het héle landschap moet anders ingericht worden.
We moeten in Vlaanderen ons waterbeheer anders aanpakken en opnieuw ruimte maken voor water. Water moet in eerste instantie goed kunnen infiltreren in de bodem. Beton en asfalt helpen daar niet bij, maar ook heel wat landbouwgebied is verhard door ‘bodemcompactie’, door er met te zware machines overheen te rijden.
We hebben ook ruimte nodig om water te ‘bergen’. Moerasgebieden kunnen water tijdelijk opvangen, en door bijvoorbeeld hagen aan te planten kunnen we de snelheid van de afstroom afremmen. Tot slot moet het water goed afgevoerd kunnen worden. Helaas houdt onze ruimtelijke ordening hier geen rekening mee. We blijven laaggelegen valleien en risicogebieden volbouwen of er aan intensieve landbouw doen, met alle problemen van dien.”
Inzetten op klimaatgeletterdheid
“Paraatheid is cruciaal binnen klimaatadaptatie", volgens Meire. “We kunnen zware regenval steeds beter voorspellen. Je kan bijvoorbeeld al bufferbekkens laten leeglopen om buffercapaciteit te creëren, en je kan mensen tijdig evacueren. Bij een waterbom is er sowieso schade, maar je zou wél je kritische infrastructuur, zoals ziekenhuizen of elektriciteitscentrales, extra kunnen beschermen, zodat je je basale activiteiten kan voortzetten.
Je kan niet alles beschermen, maar je kan wél proberen om de schade te beperken door de inrichting van je gebied aan te passen en de paraatheid bij de bevolking en de overheid te verbeteren.”
"We moeten mensen er alert op maken dat ze in risicovolle overstromingsgebieden leven. Merktekens die aanduiden hoe hoog het water komt, mogen wat mij betreft weer wat meer verschijnen.”
“We moetende ‘klimaatgeletterdheid’ vergroten door ervaringen uit het verleden te delen”, meent Soens. Als milieuhistoricus onderzocht hij onder meer hoe samenlevingen in het verleden omgingen met natuur- en milieurampen, hoe ze zich aanpasten aan de dreiging van water en samenwerkten om waterbeheer op te zetten.
“Je kan de intensiteit en frequentie van de huidige overstromingen onmogelijk vergelijken met die van toen, en ook het landgebruik is verschillend. Maar we kunnen mensen er wel alert op maken dat ze in risicovolle overstromingsgebieden leven. Vroeger kon je overal in het landschap ‘vloedmerken’ zien om de mensen te tonen hoe hoog het water ooit kwam, als waarschuwing. Die merktekens mogen wat mij betreft weer wat meer verschijnen.”
De illusie van controle over het water
Het idee dat je de natuur volledig kan controleren, botst steeds vaker met de realiteit van extremere weersomstandigheden. “We leven in een illusie van veiligheid”, zegt Soens, “en verzekeringen, noodprocedures en rampenfondsen voeden dat idee. We denken dat de overheid en de technologie ons altijd zullen beschermen. Dat idee ontstond in de 18e eeuw met de Verlichting, en bereikte zijn hoogtepunt na de Tweede Wereldoorlog. Het Deltaplan in Zeeland uit 1953 met de stormvloedkeringen moest bewijzen dat we het waterpeil tot op de millimeter kunnen controleren. Maar ook dát bleek een illusie.”
"We leven in een illusie van veiligheid. We denken dat de overheid en de technologie ons altijd zullen beschermen. Maar ook dát bleek een illusie."
Als oplossing ziet Soens een aantal ‘amfibische strategieën’, systemen die zowel natte als droge omstandigheden aankunnen. “Amfibieën overleven zowel in het water als op het land. Vroegere samenlevingen ontwikkelden strategieën die zowel droog als nat toepasbaar waren: zo werden poldergebieden bijvoorbeeld opgedeeld in kleinere stukken, gescheiden door dijken en dammen. en wonnen de mensen tijd bij overstromingen. Er werd ook vaker aan ‘natte landbouw’ gedaan, waardoor overstromingen met zoet water geen probleem waren. Integendeel, die ‘vloeimeersen’ of ‘vloeibeemden’ waren in de 19e eeuw heel waardevol. Het waren productieve overstromende gras- en hooilanden die men gecontroleerd onder water zette of drooglegde wanneer dat nodig was.
“Overstromingen hadden vroeger ook voordelen”, zegt Meire. “Het slib dat werd afgezet, zorgde voor natuurlijke bemesting. Je kan dat niet vergelijken met de productiviteit in onze moderne intensieve landbouw die met kunstmest wordt gevoed, maar het lijkt me wél een oplossing om in riviervalleien opnieuw op die manier aan landbouw te doen. Duurzame landbouw en waterbeheer kunnen zo perfect gecombineerd worden. Dat is een belangrijke les die we uit het verleden kunnen trekken. Landbouw was vroeger meer aangepast aan de weersomstandigheden en de beschikbaarheid van water dan vandaag. Ik denk dat we opnieuw een meer bescheiden houding moeten aannemen ten aanzien van de natuur.”
Ongelijkheid vergroot de impact van klimaatrampen
“Niet álle vroegere samenlevingen gingen duurzaam met water om”, nuanceert Soens. “Het was vooral duurzaamheid uit nood. Als je afhankelijk bent van een bepaalde omgeving om te overleven, ga je die niet uitputten. Door onze mobielere samenleving neemt helaas wél die vertrouwdheid met de omgeving af, en dat probleem is moeilijker op te lossen. Mensen belanden vaak in een ecologische omgeving die ze niet goed kennen en waar ze niet op voorbereid zijn."
"In New Orleans trof de orkaan Katrina de armste gezinnen harder, waaronder veel inwijkelingen, die in overstromingsgevoelige delen van de stad woonden, minder snel geëvacueerd werden. Armoede maakt mensen kwetsbaarder voor klimaatrampen. Dat was vroeger zo, en dat is het nog steeds. Ze wonen vaker in risicogebieden."
"Rijkere gezinnen voelen zich wél beschermd en net daarom is er vaak niet genoeg draagvlak om maatschappelijk veel te veranderen, want ‘zij’ wonen in een stabiel huis, ‘de storm zal voor een ander zijn’. Pas door de extremere natuurrampen van de laatste jaren zien we dat het gevoel dat je jezelf kan beschermen, wel aan het verdwijnen is.”
Welvaart herdenken in tijden van klimaatverandering
Dat we voor grote uitdagingen staan is een understatement. “Dit is niet ‘het nieuwe normaal’, het wordt nog extremer.”, weet Meire. “Mijn kleinkinderen zullen meer klimaatrampen meemaken dan ik. Ik vind dat wel beangstigend voor toekomstige generaties.”
Volgens Soens moeten we ons begrip van ‘welvaart’ herdenken. “Tot nu toe werd dat gemeten in inkomen, vermogen en economische groei. De welvaart van de toekomst zal bepaald worden door hoe we als samenleving omgaan met grote rampen zoals overstromingen of droogte. Als historicus zie ik een spanning tussen rijkdom opbouwen en zorgen voor basisveiligheid voor iedereen, die ervoor zorgt dat schokken beter opgevangen worden. Dat betekent dat je een deel van je economische welvaart moet investeren om mensen tegen rampen te beschermen.”
“Dat zal veel geld kosten, maar de kosten van ‘no action’ zijn veel groter”, weet Meire. Investeren in water is volgens hem geen kost, maar een vorm van verzekering waarmee je potentiële schade kan beperken. Alleen ziet de politiek dat vandaag nog anders. We zijn 100% zeker dat er in de toekomst nóg overstromingen zullen komen. Waarom kunnen we dan niet massaal investeren in duurzaam waterbeheer? In onderzoek naar natuurgebaseerde oplossingen voor waterbeheer schieten we in Vlaanderen echt tekort. Meer investeringen in klimaatonderzoek en innovatief beheer zijn nochtans essentieel om Vlaanderen beter te beschermen tegen droogte en overstromingen. Die investeringen zijn even belangrijk als die in informatica en biotechnologie.”
De kosten van 'no action' zijn veel groter. Investeren in water is geen kost, maar een vorm van verzekering waarmee je potentiële schade kan beperken.
Waterbeschikbaarheid in Vlaanderen en wereldwijd
Met ‘onze’ watervoorziening zit het voorlopig wel snor. “We doen het in Vlaanderen qua watergebruik relatief goed. Bovendien zet onze industrie steeds meer in op hergebruik en recyclage”, stelt Meire vast.
“We zien daar historisch een interessante cyclus”, aldus Soens. “Vroeger had je verschillende types water: regenwater, grondwater, open water in de stad en vaak ook nog een vorm van hoogwaardig drinkwater dat via leidingen of per boot werd aangevoerd. Elk water had zijn eigen publiek én nut. Tussen pakweg 1890 en 1990 evolueerden we naar één soort water uit de kraan voor álles. Nu gebruiken we opnieuw verschillende soorten water voor verschillende toepassingen: drinkwater voor menselijke consumptie, regenwater om toiletten door te spoelen of kleding te wassen, grondwater voor landbouwirrigatie, grijs water in de industrie …”
“Maar wereldwijd wordt water schaarser”, weet Meire. “In regio’s waar de landbouw afhankelijk is van landbouw op basis van fossiel grondwater dat bijna op is, dreigt een echte watercrisis, met armoede en migratiestromen als gevolg.”