In de krant, op TV, aan de toog of het koffieapparaat: de woorden ‘artificiële intelligentie’ gaan over de tongen. Inmiddels is AI een parapluterm voor een waaier aan technologische toepassingen. Dat leidt tot onnodige spraakverwarring, vindt vicerector Onderzoek en Impact Maarten Weyn. Hoog tijd voor een handig overzicht.
Als het van Weyn afhangt stoppen we met praten over ‘artificiële intelligentie’. Of toch op de manier waarop we dat nu doen. “Als je vandaag een krant openslaat of naar een talkshow kijkt, hoor je uitspraken als: ‘AI gaat onze banen redden’, ‘AI gaat banen kosten’ of ‘AI is een bedreiging voor de mensheid’”, vertelt de vicerector. “Het debat is boeiend, maar vertrekt van een fout uitgangspunt: ‘AI’ bestaat niet als één onsplitsbare technologie.”
Laten we stoppen met vragen ‘Wat vinden we van AI?’ en beginnen met 'Welk systeem, voor welk doel, en onder welke voorwaarden?'.
“Door alles, van Netflix-aanbevelingen tot autonome drones, op één hoop te gooien onder het label ‘AI’, maken we onszelf blind voor de realiteit. We gebruiken een containerbegrip waar precisie nodig is. Stel je een nationaal debat voor over ‘de toekomst van transport’. De ene waarschuwt voor verkeersdoden, de andere wil meer fietspaden, een derde pleit voor rekeningrijden. De absurditeit is meteen duidelijk. Toch doen we dit bij AI.”
De verschillende vormen van AI
De risico’s, voordelen en regels verschillen volgens Weyn fundamenteel per type AI-systeem. Hij pleit ervoor om de technologie op te delen in functionele categorieën en geeft alvast een aanzet.
- Aanbevelingssystemen: De curatoren. De algoritmes achter YouTube of Spotify die bepalen wat jij te zien krijgt. Hier liggen de grote vragen over polarisatie en filterbubbels, die totaal anders zijn dan de vragen rond bijvoorbeeld een industriële robot.
- Agentic AI: De doeners. De volgende stap waar we nu middenin zitten. Systemen die niet alleen een antwoord geven, maar ook zelfstandig acties uitvoeren: een reis boeken, een softwarebug repareren of een complex logistiek proces aansturen zonder constante menselijke tussenkomst.
- Artificial General Intelligence (AGI): De horizon. Dit is de theoretische AI die op elk vlak slimmer is dan de mens. Het is belangrijk om hierover na te denken, maar het is cruciaal om dit niet te verwarren met de tools die we vandaag al op onze smartphone gebruiken.
Benieuwd hoe AI een meerwaarde kan spelen voor de wetenschap?
Verantwoordelijk gebruik van specifieke AI-modellen kunnen medische doorbraken in de zorg vergemakkelijken en versnellen. Op die manier zijn ze een gigantische meerwaarde en maken ze gepersonaliseerde geneeskunde mogelijk.
- Fake AI: De marketingsaus. Niet elke toepassing met een AI-label bevat ook echt AI. Een klassiek statistisch model of een gewone database wordt vandaag graag verkocht als ‘AI-powered’. Het probleem is niet onschuldig: het vertroebelt het debat, het misleidt klanten en investeerders, en het maakt echte AI-toepassingen moeilijker te onderscheiden van gebakken lucht.
- Foundation models: De fundamenten. De grote, breed inzetbare basismodellen waarop veel andere toepassingen draaien. Eén model zoals GPT of Llama vormt de motor achter duizenden producten, van chatbots tot agentic systems. Wie hier de regels bepaalt, bepaalt indirect mee wat mogelijk is. Niet voor niets behandelt de Europese AI Act ze als aparte categorie.
- Generatieve AI: De creatieve assistenten. Denk aan Large Language Models zoals ChatGPT of beeldgeneratoren zoals Midjourney. Gebouwd om patronen in taal en beeld te herkennen en nieuwe content te genereren. Nuttig als brainstormpartner, maar onbetrouwbaar als feitenbron.
- Physical AI: De belichaamde systemen. AI die de digitale wereld verlaat en fysiek handelt: zelfrijdende auto's, robots in magazijnen, drones, chirurgische assistenten. Softwarefouten resulteren in echte gevolgen: van een verkeerd verpakt pakket tot een ongeval op de openbare weg. De vragen over veiligheid, aansprakelijkheid en certificering zijn daarom van een heel andere orde dan bij een chatbot.
- Predictieve en classificatiesystemen: De rekenwonders. Deze systemen herkennen trends in enorme hoeveelheden data. Ze voorspellen wanneer een machine in een fabriek kapotgaat, herkennen tumoren op medische scans of filteren spam uit je inbox.
Generieke angst leidt tot generiek beleid, en dat is precies wat we ons niet kunnen veroorloven, meent Weyn. Beleidsvoerders moeten zich dus bewust zijn van de verschillende facetten van de technologie. “Wie vreest voor AGI, moet geen lokale ondernemer blokkeren die zijn voorraadbeheer optimaliseert met een eenvoudig model”, legt hij uit. “Laten we stoppen met vragen ‘wat vinden we van AI?’ en beginnen met 'welk systeem, voor welk doel, onder welke voorwaarden?'."
“Alleen zo geven we technologie de plek die ze verdient: als uiteenlopende gereedschappen, met bijhorende uitdagingen, ethiek, kansen en verantwoordelijkheden. Het echte debat begint pas wanneer we ophouden 'AI' te zeggen en beginnen te benoemen waar het écht over gaat."
Interesse in AI?
Benieuwd naar de laatste ontwikkelingen rond artificiële intelligentie? Nieuwsgierig naar de toepassingen, kansen en valkuilen?