Studenten Universiteit Antwerpen stellen prototype sport-bh voor
In oktober 2025 ging een ambitieus onderzoek van start: een samenwerking tussen vier masterstudenten productontwikkeling van de Universiteit Antwerpen en de West-Vlaamse volleybalploeg Vlamvo. Het doel? De ideale sport-bh voor springsporten ontwikkelen. Als afsluiter van hun onderzoekstraject mochten de studenten hun prototype testen op atletes van topvolleybalploeg VC Oudegem, aan de vooravond van de Belgische bekerfinale.
Janne Huys, Marte Cornelis, Feiye Berckmans en Merel Gielis zijn productontwikkelaars (Faculteit Ontwerpwetenschappen) meteen duidelijk doel voor ogen. Voor een praktijkvak binnen hun masteropleiding aan de Universiteit Antwerpen werkten ze het afgelopen halfjaar aan een nieuwe sport-bh, specifiek ontworpen voor springsporten zoals volleybal en basketbal. Daarvoor sloegen ze de handen in elkaar met de volleybalspeelsters van Vlamvo, een enthousiaste ploeg uit West-Vlaanderen.
“Binnen de ploeg is de sport-bh wel een ‘dingetje’,” gaven de Vlamvo-speelsters aan. “Voor volleybalspeelsters is het vaak een last. Er zijn wel sport-bh’s op de markt, maar er is weinig variatie in het aanbod.”
Dat merkten ook de studenten. “Er is eigenlijk nog weinig onderzoek gebeurd naar dit onderwerp. De meeste sport-bh’s worden nog altijd ontworpen door modedesigners, niet noodzakelijk met het oog op optimale ondersteuning.”
Sportonderzoek voor vrouwen: een blinde vlek
De studenten spraken met verschillende experts over het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar de sport-bh, maar ook naar sportkledij voor vrouwen in het algemeen.
Onderzoek
De vier studenten gingen grondig te werk. Om een nieuw model sport-bh te ontwerpen, luisterden ze naar de noden van volleybalspeelsters, namen ze lichaamsmaten op, analyseerden ze duik-, rol- en springbewegingen en spraken ze met verschillende wetenschappers en bedrijven. Die inzichten verwerkten ze in het ontwerp van hun prototypes.
Zo mochten ze onder andere op bezoek gaan bij Van de Velde, het bedrijf achter grote bh-merken zoals Marie Jo en Primadonna. Van de Velde biedt zelf ook sport-bh’s aan, maar die zijn niet specifiek gericht op springsporten. “We hadden een goede workshop met de studenten van de Universiteit Antwerpen”, vertelt Lien Van de Velde, Innovation Manager bij Van de Velde. “We kijken ernaar uit om in de toekomst samen te blijven brainstormen over het comfort en de ondersteuning van de ideale sport-bh.” Bij Van de Velde kregen de studenten ook het nodige materiaal om aan de slag te gaan met hun eigen prototype.
Dat prototype werd in april voorgesteld. “Onze sport-bh heeft geen sluiting of harde onderdelen op de rug, omdat die voorvolleybalspeelsters vaak hinderlijk zijn of blessures kunnen veroorzaken,” leggen de studenten uit. “De bandjes kunnen vooraan versteld worden in plaats van achteraan, en de sluiting gebeurt met stevige klittenband.”
Testen met topatletes
Als sluitstuk van het onderzoekstraject kregen de studenten de kans om hun ontwerp te testen op atletes van het hoogste niveau. Aan de vooravond van de Belgische bekerfinale volleybal in de AFAS Dome, trainden de speelsters van VC Oudegem in de Antwerpse evenementenhal. Een uitgelezen kans om de nieuwste sport-bh van de studentente testen.
“Het was enorm leuk om zo’n prototype te testen,” vertelt een enthousiaste Justine Delanote, libero bij VC Oudegem. “Onderzoek naar sport-bh’s voor springsporten krijgt nog te weinig aandacht.” De speelster is alvast zeer tevreden over het model van de studenten.
De klittenband sloot goed, de bandjes zaten comfortabel en de bh zelf is stevig. Ik ben onder de indruk van het werk van de studenten.
Ruimte voor innovatie
Is de sport-bh al klaar voor de markt? “Daarvoor is nog meer onderzoek nodig,” geven de studenten toe. “Dit prototype is een goed startpunt en bevat al heel wat verbeteringen op het vlak van gebruiksvriendelijkheid voor volleybalspeelsters, maar er is zeker nog ruimte voor verdere ontwikkeling. Momenteel bekijken we of we volgend jaar voor onze masterproef op dit project kunnen voortwerken. Eén ding is zeker: er zijn nog veel mogelijkheden voor innovatie.”