De mythe doorprikt

Heb je je #healthgoals echt zelf in de hand?

3 min
01-04-2026
Tekst Katrien Verreyken
Beeld Davien Dierickx

Gezond leven lijkt een kwestie van discipline: gezond eten, voldoende bewegen, niet roken. Maar wat als een deel van onze gezondheid bepaald wordt door factoren waar we geen controle over hebben? Volgens Juliette Legler, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht en eredoctor aan de Universiteit Antwerpen, speelt onze leefomgeving een grotere rol dan we denken. In haar onderzoek toont ze aan hoe milieuvervuiling, hormoonverstorende stoffen en microplastics bijdragen aan ziektes zoals obesitas en diabetes.

In het kort

  • Onze gezondheid wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals PFAS, microplastics en luchtkwaliteit.
  • Hormoonverstorende stoffen kunnen bijdragen aan obesitas, diabetes en andere aandoeningen.
  • Het ‘One Health’-denken benadrukt dat mens, dier en milieu onlosmakelijk verbonden zijn.

One Health

Wie zijn gezondheid wil verbeteren, krijgt vaak dezelfde adviezen: eet evenwichtig, beweeg voldoende, drink water, ... Ongetwijfeld belangrijke pijlers, maar volgens toxicologe Juliette Legler maar een deel van de waarheid: “Als individu heb je maar een zeer beperkte invloed op waaraan je wordt blootgesteld. Je ademt de lucht in de ruimte in, en die kan vervuild zijn.”

 

Daarmee wijst ze op een vaak onderschatte factor: onze leefomgeving. Denk aan luchtkwaliteit, geluidsoverlast, PFAS in de bodem of microplastics in voedsel. Het zijn invloeden die grotendeels buiten onze controle liggen, maar wel degelijk impact hebben op onze gezondheid.

quote image

We kunnen als mens niet gezond zijn als ons milieu dat niet is.

Juliette Legler

Dat bredere perspectief wordt samengevat in het concept One Health: het idee dat de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verweven is. “We kunnen als mens niet gezond zijn als ons milieu dat niet is,” zegt Legler. “We zijn fundamenteel afhankelijk van die omgeving.”

 

Hormoonverstorende stoffen

Leglers onderzoek focust op hormoonverstorende stoffen, chemische verbindingen die ons hormonale systeem kunnen ontregelen: “Die stoffen zitten vaak in alledaagse producten zoals in plastic voedingsverpakkingen, aan de binnenkant van etensblikjes, op kassabonnetjes of in bestrijdingsmiddelen. Een bekend voorbeeld is bisfenol A. Zelfs in lage doseringen kan die stof ingrijpen op processen zoals onze insulinehuishouding of onze vetopslag.”

 

Legler gaat verder: “Die hormoonverstorende stoffen kunnen ook een effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een foetus. Er zijn aanwijzingen dat ze ook de ontwikkeling van kankers in de hand kunnen werken. Die stoffen moeten écht meer getest worden voor ze de markt opgaan, én mensen moeten zich bewust worden van hun bestaan.”

 

Legler ziet ook duidelijke verbanden met o.a. obesitas en diabetes. “Die ziektes zijn complex, maar de rol van de omgeving wordt vaak onderschat. Niet alleen individuen, maar ook beleidsmakers en producenten spelen een belangrijke rol en dragen verantwoordelijkheid.”

Bezorgdheid om microplastics

Daarnaast groeit haar bezorgdheid om microplastics: “Die kleine plasticdeeltjes worden inmiddels teruggevonden in ons bloed en zelfs in onze hersenen.” Hoewel de langetermijneffecten nog onderzocht worden, is de trend duidelijk: de blootstelling neemt toe. "Het gebruik van plastics blijft stijgen, en het grootste deel belandt in het milieu."

 

Volgens haar schiet de huidige regelgeving tekort: “Hoewel Europa vooruitstrevend is in chemisch beleid, zijn de bestaande tests niet altijd in staat om complexe gezondheidseffecten te detecteren. Maar als we in onze modellen op menselijke kweekcellen, gecombineerd met geavanceerde computermodellen, al aanwijzingen zien dat stoffen nadelig kunnen zijn voor onze gezondheid, zou dat al voldoende moeten zijn om die stoffen te verbieden. En we moeten zéker blijven investeren in recycling en circulaire economie. Het kan niet dat nieuwe plastics produceren goedkoper is dan de oude te recycleren.”

 

Kracht in verbinding

Juliette Legler benadrukt dat er naast de risico’s ook hoopvolle ontwikkelingen zijn: “Ik werk almaar vaker samen met overheden, bedrijven en wetenschappers uit diverse disciplines. Met chemici gaan we op zoek naar veiligere alternatieven voor plastics, met sociale wetenschappers werken we aan het vergroten van bewustwording en het stimuleren van gedragsverandering. Ik denk dat mijn kracht in die verbindingen ligt.”

Deel dit artikel