Stilte na de storm

“De mensenrechtentoets is zinvol instrument om samenwerking te beoordelen”

5 minTekst Peter De MeyerBeeld Davien Dierickx

De oorlog tussen Israël en Hamas beroert ook de gemoederen aan de Vlaamse universiteiten. Zo willen actievoerders dat de universiteiten hun samenwerkingen met Israëlische onderwijsinstellingen zouden beëindigen. Stroom kijkt naar het brede plaatje: met welke criteria houdt UAntwerpen rekening om een buitenlandse samenwerking te evalueren? Is het verbreken van een internationale band een goede zaak? “Essentieel is dat we altijd naar de buitenlandse universiteit an sich kijken, nooit naar het regime in een land.” 

In het kort

 

  • Als er ‘knipperlichten’ gaan branden, buigt de Ethische Commissie voor Misuse, Human Rights & Security buigt zich over samenwerkingen. 

  • Met de Mensenrechtentoets heeft de commissie een beoordelingsinstrument in handen. 

  • Er wordt altijd gekeken naar de houding en de daden van de specifieke partner, niet naar het land of het regime. 

 

Studenten gaan op uitwisseling naar alle hoeken van de wereld, wetenschappers werken nauw samen met collegas uit de vier windstreken. Internationalisering is niet meer weg te denken uit het hoger onderwijs, en dat is een goeie zaak. Af en toe is voorzichtigheid geboden: kan een universiteit studenten uitsturen naar een land waar de mensenrechten niet al te veel voorstellen? Mogen wetenschappers samenwerken met buitenlandse onderzoekers, als de universiteit van die collegas ook werkt voor een leger dat de mensenrechten schendt? 

 

Voor vier landen hakte Europa de knoop voor ons door: Europese universiteiten mogen niet samenwerken met instellingen in Iran, Noord-Korea, Rusland en Wit-Rusland. Contacten onderhouden met individuele wetenschappers uit die landen is wel nog toegelaten. “Als dat ook verboden zou worden, valt een vangnet weg voor de goedmenende buitenlandse wetenschappers”, vertelt Sarah Claes. 

 

Zij is beleidsmedewerker ethiek en mensenrechten op het Departement Onderzoek, Innovatie & Valorisatie Antwerpen. Vanuit haar functie coördineert ze het Meldpunt Mensenrechten aan UAntwerpen. Dossiers worden voorgelegd aan een commissie, die bestaat uit 25 leden uit alle geledingen van de universiteit. Belangrijke taak van de commissie: zich buigen over de internationale samenwerkingsverbanden van de Universiteit Antwerpen. 

 

Knipperlichten gaan branden 

 

“Wat wij doen, is pionierswerk”, legt Claes uit. In de schoot van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) werd in 2019 de Mensenrechtentoets uitgewerkt. Voordien gebeurde er niet veel op dat vlak, ook niet in andere landen. Wanneer onderzoekers of professoren een samenwerking met een buitenlandse universiteit willen opstarten, moeten ze eerst zelf kritisch nadenken en reflecteren over hun mogelijke partners. Is de partneruniversiteit betrokken bij het schenden van de mensenrechten? Kan het gezamenlijke project leiden tot mensenrechtenschendingen?” 

quote image

Op een congres in China bijvoorbeeld merkte ik dat Chinese collega’s vaak behoorlijk kritisch staan tegenover de staat, al durven ze dat niet openlijk uitspreken.

Wouter Vandenhole

Als er knipperlichten gaan branden, wordt de Ethische Commissie voor Misuse, Human Rights & Security op de hoogte gebracht. “Die houdt rekening met een complex kader: het gaat bijvoorbeeld over databeveiliging, over eventuele militaire toepassingen van een technologie, over financieringskanalen, … Daar onderzoek naar doen is natuurlijk niet vanzelfsprekend. Wij hebben niet de ambitie en al helemaal niet de mogelijkheden om te doen wat de Staatsveiligheid doet. Heel soms overleggen we wel met de Staatsveiligheid.” 

 

In veel dossiers gaat het niet om een één-op-één-samenwerking tussen UAntwerpen en een buitenlandse universiteit. Vaak gaat het om grote internationale consortia, waarbij onze universiteit een van de vele partners is. Claes: “Dat maakt het allemaal nog veel complexer. Kunnen wij ons als enige partner terugtrekken uit zo’n consortium? Welke impact gaat dat hebben op toekomstige samenwerkingsverbanden met meerdere partners? In dergelijke gevallen spelen er ook strategische en economische belangen.” 

 

De mensenrechtencommissie wil in geen geval een rem zijn op het uitwerken van internationale partnerships, maar samen met de onderzoekers kijken hoe risico’s beperkt kunnen worden en welke alternatieven er zijn.” 

 

Een zinvol instrument 

Van heel groot belang: de mensenrechtentoets kijkt altijd naar de specifieke universiteit of het bedrijf waarmee samengewerkt gaat worden, niet naar het land of naar het regime in het land van de specifieke partner. “Als we een samenwerking wel op het niveau van een land zouden beoordelen, zouden er heel wat landen zijn waarmee we niet in zee kunnen gaan”, stelt UAntwerpen-rector Herman Van Goethem. “Kijk bijvoorbeeld naar China en de Oeigoeren, kijk naar de honderdduizenden slachtoffers die al gevallen zijn in de verschrikkelijke conflicten in Ethiopië en Oost-Congo.” 

Wouter Vandenhole, professor aan de Faculteit Rechten, doet al vele jaren onderzoek naar de rechten van mensen en kinderen. Hij noemt de mensenrechtentoets een zinvol instrument. “De toets is gebaseerd op de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Die set van normen bestaat ondertussen 75 jaar en heeft zijn nut bewezen. Vandaag gaat het om een minimale toets: we gaan na of een partner de mensenrechten ernstig en/of systematisch schendt. In de toekomst gaat die toets uitgebreider worden. Europa gaat grote bedrijven opleggen er rekening mee te houden. Niet alleen op het vlak van de mensenrechten trouwens, ook op duurzaamheidsvlak zal er een zorgvuldigheidsanalyse (due diligence impact assessment) gemaakt moeten worden van partners.” 

Een algemene boycot 

 

Dat Europa de samenwerking met instellingen uit vier specifieke landen verbiedt, vindt Vandenhole verdedigbaar. Soms wordt er opgeroepen tot een algemene boycot tegenover een land, zoals dat nu ook het geval is met Israël. In het verleden gebeurde dat ook met Zuid-Afrika, tegen het apartheidsregime daar. Daar moeten we in mijn ogen voorzichtig mee zijn. Een boycot kan de interne dynamiek van verzet aan buitenlandse universiteiten beschadigen of zelfs tenietdoen. Op een congres in China bijvoorbeeld merkte ik dat Chinese collegas vaak behoorlijk kritisch staan tegenover de staat, al durven ze dat niet openlijk uitspreken.” 

 

De expert mensenrechten vindt het heel belangrijk dat er bij een mogelijk probleemgeval in gesprek gegaan wordt met de internationale partners. “We moeten als universiteit een oordeel kunnen vellen op basis van de correcte informatie. Fact finding is in dergelijke kwesties nooit vanzelfsprekend. Daarom is het van groot belang wat we een wederwoord vragen. Vaak kan een partner dan bepaalde zaken verduidelijken.” 

 

Deel dit artikel