Klimaat zet hoger onderwijs onder druk
De klimaatopwarming verandert de wereld waarvoor studenten worden opgeleid ingrijpend. Ze vraagt in zowat elk vakgebied om nieuwe competenties en vaardigheden. Tegelijk maakt ze de leeromgeving zelf kwetsbaarder. Drie stemmen – een politicoloog, een kinderarts en een econoom – over waarom onderwijs net nu het verschil kan maken.
Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling nummer vier van de Verenigde Naties is helder: toegankelijk en kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. Maar wat betekent dat in een wereld die steeds onvoorspelbaarder wordt?
In 't kort
- Toekomstige afgestudeerden zullen snel en op ongeziene schaal veranderingen moeten kunnen realiseren.
- Koppelkansen zijn eenvoudige ingrepen die zowel in België als wereldwijd positieve effecten opleveren.
- Internationale samenwerking en burgerwetenschap helpen om lokale oplossingen te ontwikkelen.
“Turbulente tijden vragen om systeemdenken en interdisciplinariteit”
Hans Bruyninckx is politicoloog en hoogleraar milieubeleid aan de Universiteit Antwerpen (Faculteit Sociale Wetenschappen). Van 2013 tot 2023 was hij directeur van het Europees Milieuagentschap. Vandaag geeft hij les over duurzame systeemtransities aan het Instituut voor Milieu en Duurzame Ontwikkeling (IMDO), dat expertise uit diverse disciplines rond milieu en duurzame ontwikkeling samenbrengt.
We leven volgens Bruyninckx in een uitzonderlijke tijd. “De klimaatopwarming is misschien wel het grootste experiment in de menselijke geschiedenis”, benadrukt hij. “We moeten veranderingen realiseren op systeemniveau, met een snelheid en schaal die we nooit eerder hebben gezien.”
Einde van het stabiele tijdperk
“De mens evolueerde en bouwde de voorbije tienduizend jaar beschavingen op in een lange periode van relatieve klimaatstabiliteit. Die stabiliteit is niet langer een gegeven. Earth system wetenschappers stellen dat we de corridor of civilisation aan het verlaten zijn. We doen dat met de aanname dat we ook in die turbulente context stabiele samenlevingen kunnen uitbouwen, terwijl daar geen enkele garantie voor bestaat.”
De voorbije jaren maakte de klimaatopwarming de wereld zoals verwacht onzekerder, ongelijker en duurder om te beheren. Bruyninckx: “Als reactie kijken sommigen weg in de hoop dat de wetten van de fysica niet langer werken. Maar elk tijdverlies maakt de problemen groter en versmalt de marge om er iets aan te doen.”
Mentale en fysieke gezondheid
Bruyninckx onderscheidt directe gevolgen voor het hoger onderwijs op drie niveaus. “Eerst en vooral op de gezondheid van studenten en medewerkers. Hitte en luchtvervuiling beïnvloeden cognitieve prestaties. Een verstoord ecosysteem veroorzaakt vooral in het Zuiden ondervoeding en een hogere ziektedruk, wat ook de cognitieve ontwikkeling afremt. En klimaatstress oefent een negatieve impact uit op onze mentale gezondheid.”
“Een tweede niveau is de infrastructuur: veel onderwijsgebouwen zijn verouderd, slecht geïsoleerd en niet bestand tegen extreme hitte of liggen in overstromingsgevoelige gebieden. Onder meer in regio's in Zuid-Europa, waar de temperatuur in de zomer soms wekenlang boven de veertig graden ligt, staat het onderwijs daardoor nu al ernstig onder druk.”
We hebben out-of-the-boxoplossingen nodig, niet enkel optimalisaties van wat we al kennen.
“Tot slot is er het onderwijs zelf. Het zou vreemd zijn als een thema als klimaatverandering geen structurele en centrale plaats krijgt in de curricula. We hebben out-of-the-boxoplossingen nodig, niet enkel optimalisaties van wat we vandaag kennen. Dat vraagt om systeemdenken, interdisciplinariteit en aandacht voor maatschappelijke rechtvaardigheid. We moeten studenten opleiden om anders te denken en samen te werken aan complexe uitdagingen.”
Kennis en hoop
“Dat zijn vaardigheden die moeilijk te ontwikkelen zijn in anonieme grote aula's. Maar hoe ernstig de klimaatsituatie ook is, we mogen studenten hun hoop op betere tijden niet ontnemen. Zelfs in tijden van budgettaire druk moeten we die fundamentele uitdagingen integreren in het hoger onderwijs. Kennis en goed opgeleide mensen zijn de belangrijkste grondstof van onze regio, die haar internationale verantwoordelijkheid moet opnemen.”
“Je postcode bepaalt je gezondheid meer dan je DNA”
Daan Van Brusselen is kinderinfectioloog in het ZAS-ziekenhuis in Antwerpen, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en auteur van Dagboek van een kinderarts zonder grenzen. Hij werkte jarenlang voor Artsen Zonder Grenzen in Pakistan, Haïti, Sierra Leone, Nigeria en Congo.
“Ik heb op tientallen plaatsen gemerkt hoe zwaar de impact is die klimaatopwarming en milieuvervuiling hebben op de gezondheid”, zegt Van Brusselen. “Menselijk gedrag vergroot veel bestaande kwetsbaarheden bij kinderen: van meer astma door luchtvervuiling tot meer ondervoeding en infectieziekten door de klimaatopwarming.”
Tropische infecties en samenwerking
Dat betekent dat de leerinhouden en de vereiste competenties en vaardigheden binnen zijn vakgebied stevig verschuiven. Van Brusselen: “Toekomstige artsen moeten onder andere meer weten over diverse tropische infecties die vaker voorkomen. Daarnaast wordt interdisciplinair samenwerken met architecten, beleidsmakers en veel anderen de komende jaren cruciaal.”
Via de MSF Academy van Artsen Zonder Grenzen leidt Van Brusselen ook gezondheidswerkers in kwetsbare landen op. “Dat is hoog nodig. Weet je dat bijvoorbeeld Sierra Leone meer uitgeweken artsen heeft dan er artsen in Sierra Leone zelf werkzaam zijn? Concrete kennis kan een groot verschil maken. Denk aan hoe je muggenbroedplaatsen voorkomt of hoe je op een overstroming reageert.”
Waar je geboren wordt, heeft een enorme impact. We staan er niet vaak bij stil, maar je postcode bepaalt je gezondheid meer dan je DNA.
Minder CO₂, minder astma
De kinderinfectioloog gelooft sterk in wat hij koppelkansen noemt: eenvoudige ingrepen die zowel lokaal als wereldwijd meerdere positieve effecten tegelijk opleveren. “Minder fossiele brandstoffen betekent niet alleen minder globale CO₂-uitstoot, maar ook een betere luchtkwaliteit bij ons. Lage-emissiezones kunnen het gebruik van astmapuffers bij kinderen tot dertien procent verminderen.”
Hij benadrukt dat we de voorbije jaren heel wat stappen vooruit hebben gezet. “Extreme armoede en kindersterfte zijn sterk gedaald. In het begin van de jaren 2000 stierven wereldwijd ongeveer twaalf miljoen kinderen per jaar; vandaag zijn dat er ongeveer vijf miljoen. Dat is een immense sprong voorwaarts.”
Nieuwe ziekteverwekkers
Toch ziet Van Brusselen hoe de klimaatopwarming nieuw leed berokkent. “In Oost-Congo, op 1500 meter hoogte, kwamen malariagevallen tot voor kort nauwelijks voor. Door de hogere temperaturen overleven muggen er nu, in een regio waar een ziekenhuis uren lopen is. In Haïti brak onlangs cholera uit na een van de orkanen die nu meer voorkomen. Door beschadigde waterinfrastructuur verspreidde de ziekte zich snel, met levensgevaarlijke uitdroging tot gevolg.”
We verwachten dat dengue binnenkort ook in België zal voorkomen, aangezien de tijgermug hier al overwintert.
Ook in Europa zijn de signalen duidelijk. “Dengue, lang een tropische ziekte, duikt steeds vaker op in Italië en Frankrijk. We verwachten dat dengue binnenkort ook in België zal voorkomen, aangezien de tijgermug hier al overwintert. Tropische infecties zullen bij ons niet veel overlijdens veroorzaken, maar ze zetten de zorg wel bijkomend onder druk.”
Maatschappelijke opdracht
“Waar je geboren wordt, heeft een enorme impact. We staan er niet vaak bij stil, maar je postcode bepaalt je gezondheid meer dan je DNA. Dat betekent voor mij dat het onderwijs een opdracht heeft die nog versterkt wordt in tijden van klimaatopwarming. Ik voel alvast heel wat enthousiasme en bewustzijn bij de huidige studenten om de uitdagingen aan te pakken.”
“Waar klimaatwetenschap en burgerparticipatie elkaar raken”
James Marandu is econoom en assistent-docent aan de Mzumbe University in Tanzania. Hij studeerde aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) van de Universiteit Antwerpen met een ICP-connectbeurs. Momenteel coördineert hij in Mzumbe het citizen science-project Lab to Life and Back over overstromingsmonitoring in samenwerking met UAntwerpen.
Marandu ziet in zijn geboorteland hoe het begin van het regenseizoen onvoorspelbaar is geworden door de klimaatopwarming. “Soms komt de regen heel vroeg of heel laat, en dat kan verwoestende gevolgen hebben voor de boeren. Plotselinge overstromingen vernietigen oogsten en wegen. Kleine boeren en mensen met lage inkomens dragen de zwaarste last.”
Van theorie naar praktijk
Daarom startte de econoom met het project Lab to Life and Back, een samenwerking tussen de Mzumbe University, Nelson Mandela University en de Universiteit Antwerpen. “We combineren technologie – weerstations, watermonitoringsystemen, gsm-alarmen – met een menselijke component, zodat we iedereen meekrijgen. Wie mee meetgegevens verzamelt, begrijpt vanzelf het nut ervan.”
Het project helpt de kloof te overbruggen tussen academische kennis en wat mensen op het terrein ervaren.
Marandu's opleiding aan het IOB in Antwerpen legde de basis voor deze samenwerking die wetenschap en maatschappelijke dienstverlening samenbrengt. “Ik leerde er onder meer hoe je dergelijke projecten succesvol implementeert. In april 2026 gingen de metingen van start en ik hoop dat we stap voor stap concrete oplossingen kunnen realiseren. Je voelt nu al dat het project de kloof helpt overbruggen tussen academische kennis en wat mensen op het terrein ervaren.”