Meander

Nele Wynants: “Laat meer ruimte voor toeval, intuïtie en onverwachte wendingen”

6 minTekst Lisa HilteBeeld Sarah Van Looy

IN HET KORT

  • Professor Nele Wynants onderzoekt hoe wetenschap in de negentiende eeuw het brede publiek bereikte via rondreizende artiesten en foorkramers. 
  • Ze reflecteert over meevallers in historisch onderzoek zoals toevallige ontmoetingen en vondsten, maar net zo goed over tegenslagen. 
  • Tot slot pleit ze voor meer speelruimte in academisch onderzoek en meer aandacht voor het proces, experiment en onverwachte wendingen. 

Nele Wynants is professor kunst- en theaterwetenschappen aan UAntwerpen. Ze bestudeert het raakvlak van wetenschap, media en performance. Voor haar project Science at the Fair – waarvoor ze Europese financiering ontving – duikt ze in de wereld van rondreizende wetenschapsshows uit de negentiende eeuw. Ze vertelt hoe het project tot stand kwam en houdt een warm pleidooi voor meer ruimte voor toeval, intuïtie en onverwachte wendingen binnen onderzoek. 

 

Wetenschap op de kermis 

 

Bij ‘wetenschap voor het grote publiek’ denken we vandaag vooral aan grote wetenschapsmusea of interactieve belevenissen zoals Technopolis. In de negentiende eeuw bereikte onderzoek de man in de straat op een heel andere manier, namelijk via rondreizende artiesten en foorkramers. Wynants legt uit: “Zij trokken rond met theatershows, musea en kermisattracties waarin wetenschap en nieuwe technologie centraal stonden. Als geboren entertainers hadden ze een neus voor spektakel. Hun anatomische kabinetten met wassen beelden en hun demonstraties van onder meer astronomie, elektriciteit en röntgenstralen waren een ‘popversie’ van wetenschappelijke experimenten en bevindingen.”  

 

Kermissen waren in de negentiende eeuw belangrijke centra van internationale (kennis)uitwisseling. Ze waren een miniversie van de wereldtentoonstellingen in de metropolen, waar het vooruitgangsidee werd gevierd met demonstraties van de nieuwste technologische ontwikkelingen en wetenschappelijke bevindingen. “Onderschat de lokale kermis niet”, zegt Wynants. “Die kwam tot in de kleinste dorpen en liet ook Jan met de pet kennismaken met nieuwe ontwikkelingen.” 

 

 

Ontmoetingen en vondsten 

 

De inspiratie voor dit project vloeide voort uit Wynants’ eerder onderzoek naar de wisselwerking tussen kunst, wetenschap en entertainment. Ze diende een uitgebreide financieringsaanvraag in. “Zo’n aanvraag is heel planmatig en erg resultaatgericht”, vertelt ze. “Je moet opsommen wat je vijf jaar lang zal doen en welke resultaten je wil bereiken. Maar zo werkt onderzoek niet. Zeker bij historisch onderzoek weet je namelijk niet op voorhand welke bronnen je zal vinden en wie er op je pad zal komen.”  

 

 

Dat toevallige ontmoetingen en vondsten een impact hebben op wetenschappelijke studies bleek al meer dan eens binnen Science at the Fair. Zo gaf een onvoorziene ontmoeting in Parijs het project een nieuwe wending. Wynants stapte een tweedehandsboekenwinkel binnen op zoek naar geschiedenisboekjes over de kermis. Een andere klant hoorde haar gesprek met de winkeluitbater en onderbrak hen. Hij bleek Duitse kermislui te kennen en bracht Wynants met hen in contact. Superwaardevol”, herinnert zij zich. “We hadden nog geen ingang in Duitsland gevonden. De kermisgemeenschap is best gesloten. Je hebt echt een introductie nodig. En die kwam voor mij zomaar tot stand in dat boekenwinkeltje.”  

Een toevallige vondst opende niet veel later ook de deur naar Zuid-Europa. Op een dag kwamen we een unieke collectie anatomische wassen beelden op het spoor bij een Antwerps verzamelaar. Precies het type beelden dat vroeger op kermissen werd tentoongesteld! De collectie kwam van een Spaanse kermisfamilie. Daarna werd het onderzoeksplan bijgestuurd: “Initieel lag de geografische focus op België en de buurlanden. Maar zo’n kans kon ik natuurlijk niet laten schieten! Daarom hebben we Spanje mee opgenomen en heeft een van de onderzoekers Spaans geleerd. 

 

 

Meer speelruimte in onderzoek 

 

Wynants is zich goed bewust van de rol die toeval al speelde in haar werk. Daarom betreurt ze dat onderzoeksfinanciering vandaag zo planmatig en resultaatgericht is en pleit ze voor meer speelruimte in de academische wereld: Zodat er ruimte vrijkomt voor experiment en het nemen van risico’s. In haar eigen onderzoeksgroep cultiveert ze een werksfeer met aandacht voor intuïtie en toeval. Maar dat verandert weinig op grote schaal, zegt ze: “Als promotor kan je wel een bepaalde werkcultuur creëren, maar uiteindelijk draai je nog steeds mee in een systeem. Aan het einde van de rit moeten er resultaten liggen. Als een jonge onderzoeker moet kiezen tussen een veilige ‘quick win’ of een onzekere piste, is de keuze snel gemaakt.”  

 

Wynants staat ook stil bij de manier waarop over onderzoek wordt gecommuniceerd. Wetenschapscommunicatie focust vooral op succesverhalen. Zowel in academische publicaties als populariserende initiatieven zouden we meer kunnen belichten hoe wetenschap als proces zelden lineair verloopt en soms andere resultaten oplevert dan verwacht of gehoopt. En laat ons ook opener communiceren over waar het misliep en waarom, over de obstakels op het pad van een wetenschapper. 

quote image

In financieringsaanvragen moet je heel precies omschrijven wat je jarenlang zal doen en welke resultaten je wil bereiken. Maar zo werkt historisch onderzoek niet. Toevallige ontmoetingen en vondsten kunnen je koers wijzigen.

Nele Wynants

Tegenslag 

 

Met zo’n obstakel werd Wynants recent nog geconfronteerd in de zoektocht naar een belangrijke bron voor haar onderzoek: vakbladen die door foorkramers worden uitgegeven sinds die zich eind negentiende eeuw organiseerden in vakbonden. Hoewel de eerste edities hiervan moeilijk te vinden zijn, leek het eerst mee te zitten voor Wynants: “Vorig jaar ontmoette ik toevallig de hoofdredacteur van zo’n Duits vakblad dat nog steeds bestaat. Alle oude edities bleken er nog te zijn! Sindsdien probeer ik samen met Duitse collega’s de oude, kwetsbare edities te laten digitaliseren.” Maar dat loopt niet van een leien dakje. Zo wordt er al maandenlang onderhandeld, financiering gezocht en worden er prijsoffertes opgevraagd. Allemaal erg complex, omdat er zo veel partijen bij betrokken zijn. De hoofdredacteur, maar ook de eigenaars van het blad, de juridische dienst van de betrokken universiteiten… Elk met eigen belangen en wensen.” Nadat er eindelijk een overeenkomst in zicht kwam, kreeg Wynants recent te horen dat alles werd afgeblazen. Zonder duidelijke reden. En nu? “Opnieuw bijsturen en een plan B uitwerken. Dergelijke tegenslagen, moeilijke onderhandelingen en administratieve rompslomp maken deel uit van het onderzoeksproces. Dat vraagt veel geduld, diplomatieke skills en mensenkennis. 

Soft skills 

 

Soft skills zijn daarom belangrijk in historisch onderzoek, aldus Wynants. “Het is bijvoorbeeld ook cruciaal om een goeie band te hebben met archivarissen en hen warm te maken voor je onderzoek. Het gebeurt regelmatig dat er eerst niets gevonden wordt in een archief, maar dat ons verhaal wel blijft hangen. Wat later krijgen we dan soms een telefoontje: dat de archivaris nog verder heeft gezocht én gevonden!” 

Verder stimuleert ze haar team om naar buiten te treden. “Zo stond ik erop dat we aanwezig waren op de persconferentie van de Sinksenfoor. Daar ontmoet je mensen die je anders moeilijk bereikt.” En ook naar het brede publiek moet de hand worden uitgestoken. “We geven altijd ruchtbaarheid aan onze projecten, door bijvoorbeeld deel te nemen aan Dag van de Wetenschap, of via een nieuwsbrief en blog. Dat doen we nog voor er resultaten zijn.” De reden? “Zo kan je het toeval een handje helpen. Niet alleen informeren wij het publiek, mensen nemen nadien vaak zelf contact op om ons verder te helpen in onze zoektocht!” 

Help ons onderzoek

SciFair is op zoek naar foto’s van kermissen uit de periode 1850-1923. Heb jij zulke beelden in je (familie)archief? Help de onderzoekers en deel ze via www.scifair.eu.

Deel dit artikel